Ik was zenuwachtig voor de start van de 60 van Texel. Ik zou verder gaan lopen dan ik ooit had gedaan onder wel heel zware omstandigheden. Het was immers de warmste tweede Paasdag sinds 1901. Angst voor het onbekende, hoe zou mijn lichaam reageren op deze hitte en de langdurige belasting? Zou ik weer blaren krijgen, net als bij de Kustmarathon? En de hamvraag: zou ik wederom stil komen te staan met kramp? Ik wilde in ieder geval proberen een verstandige race te lopen en had eigenlijk al besloten om niet met de snelste mannen mee te gaan. Uitlopen en overleven was het motto van de dag.
Er werd behoorlijk hard gestart, maar de eerste paar 100m liep ik wel op kop. Ik liet me vrij vlot zakken en liet mijn hartslag het tempo bepalen. De eerste 5 verharde kilometers gingen net boven de 20 minuten. Het was warm, de mannen voor me liepen op me uit en eenmaal aangekomen bij de Horst wist ik dat het een hele zware rotdag zou worden. Het strand was heet en mul en het was ook nog eens vloed en vrijwel windstil. Ik liep niet lekker en zat me op te winden over het feit dat ik te snel terrein verloor op de concurrentie. Ik liep dik buiten de top 10 en vroeg me serieus af waar ik hemelsnaam aan begonnen was.
Na zo'n 13 kilometer verliet ik het strand waar ik een gat van zo'n twee minuten timede met twee mannen die voor me liepen. Janna stond hier klaar met flesjes en gelletjes en eenmaal in de bossen begon ik wat meer ontspannen te lopen. Bjorn fietste nog even een stuk mee en dat was een welkome afleiding. Na 17km draaide ik weer richting het strand en zag ik dat het verschil met de mannen voor me iets was afgenomen. Op het strand zelf was het weer erg pittig, maar net iets minder warm als bij de Horst. Ik probeerde zoveel mogelijk op hartslag te lopen waardoor ik wel weer iets terrein verloor. Dat verlies nam ik voor lief, het was immers nog ver naar Den Burg.
Na het strand stond Janna weer te wachten en ze had zelfs een bidon met koud water bij zich zodat ik goed kon koelen op weg naar de duinen bij de Slufter. Ik probeerde zoveel mogelijk te eten en te drinken met als gevolg dat ik in de duinen even moest stoppen om wat vocht te lozen. Tja, dat hoort er ook bij. Ondanks deze pauze haalde ik in de Slufter een 60km loper in en zag ik dat ik aan het inlopen was op de twee mannen voor me. Ik moest mezelf inhouden om niet te gaan versnellen en bleef netjes op hartslag lopen. Na de Slufter haalde Janna me wat later bij omdat ze wat flesjes koud water had gescoord bij een tankstation. Het was loeiheet in de duinen, dus het koelmiddel was zeer welkom.
Rond de 32km, vlak voor de Cocksdorp bleek dat mijn behouden start niet onverstandig was geweest en haalde ik binnen een paar kilometer drie mannen in, waaronder de winnaar van de vorige editie, die zichzelf hadden opgeblazen. Ik voelde me nog steeds goed maar maakte me wel wat zorgen over het tweede deel van de race. In de tussentijd haalde ik nog een 60km loper in en liep ik heel langzaam iets in op de volgende 60km loper. Volgens mijn eigen telling liep ik nu op de 6de plek en de 5de plek was dus binnen handbereik. Achter de Lancasterdijk was het echter bloedheet en ik greep alle mogelijkheden aan om te koelen: sponzen, bekertjes water en ik goot zelfs sportdrank over me heen. Inmiddels had ik al bijna 3L water en sportdrank opgedronken en iedere 20 minuten dwong ik mezelf om een gelletje te nemen.
Na 45km laste ik een tweede plaspauze in zodat het gat met de loper voor me weer een stukje groter werd. Hierna wist ik licht te versnellen zodat ik op de lange rechte weg lang de dijk het gat weer kleiner zag worden. Ik voelde me nog steeds vrij goed, en begon me te beseffen dat als ik zo door kon lopen er ondanks het beroerde gevoel in het begin van de race toch nog een mooie prestatie in zou kunnen zitten. Op de IJsdijk, tussen Oosterend en Oudeschild haalde ik eindelijk de loper voor me in en liep ik volgens mijn eigen berekening op de 5de plek. Ik begon nu wel overal pijn te voelen, maar toch bleef ik een vrij stabiel tempo lopen, vooral dankzij de steun en aanmoedigingen van Janna. Ik keek eens om en zag dat ik een flink gat had geslagen met de loper die ik zojuist had bijgehaald. De kramp bleef achterwege, de man met de hamer was in geen velden of wegen te zien en ik finishte uiteindelijk als zesde (derde Msen) in 4h36 (tellen en lopen gaan niet samen...).
Vooraf had ik zeker 3 lopers sterker dan mezelf ingeschat (Luc, Pascal en Marc) en ik wist ook dat Jan vd Marel en Pieter Mans zich al bewezen hebben op de ultra afstand. Ik beschouw deze wedstrijd als mijn echte ultradebuut en ben dan ook tevreden met deze klassering. Ik ben blij dat ik de verleiding heb weerstaan om de strijd voorin aan te gaan, want dat was absoluut niet goed afgelopen. Halverwege liep ik 2h18:10 en ik finishte in 4h36:33, ik heb dus enorm vlak gelopen. Geen kramp, geen man met de hamer, tactisch verstandig gelopen een vlakke race; dit resultaat biedt voldoende aanknopingspunten om een mooie ultracarriere te beginnen. Maar.... misschien is het verstandiger me de komende tijd te richten op de wat kortere afstanden om zo een nog wat betere basis neer te leggen voor een volgend ultra avontuur. Dat is van later zorg, laat ik er eerst maar eens van zorgen dat ik de komende dagen de spierpijn kwijtraak, ik lijk momenteel wel een oud mannetje van 80.....
Je moet lid zijn van DUTCH ROAD RUNNERS om reacties te kunnen toevoegen!
Wordt lid van DUTCH ROAD RUNNERS