Na anderhalf jaar hardlopen moet ik maar eens over de 20 km grens heen vind ik zelf. De afgelopen weken heb ik de bossen tussen Leersum en Amerongen grondig verkend met de gps aan mijn gordel. En gisteren met die info maar eens een '
' in elkaar gesleuteld. Nèt boven de 20 km, want je moet de boel niet overdrijven. En ook nog wat lichte hoogtemeters, dus dat belooft wat. Het toeval wil dat ik ook nog een paar nieuwe sloffen heb binnen gekregen, dus die kunnen ook meteen vies gemaakt worden.
Ik heb nog niet eerder een route via de gps gelopen en ben benieuwd of dat gaat werken. De eerste paar kilometers kan ik dromen. Even verder twijfel ik wat vaker en moet de gps meer geraadpleegd. Net voor het hoogste punt (68 m. jawel) pak ik toch net een ander pad dan gepland, maar dat is vrij eenvoudig op te lossen. Op het hoogste punt aangekomen is er weer twijfel. Mijn gevoel zegt rechts en dat lijkt goed, want de richting die de gps aangeeft is ook rechtsaf. Lekker naar beneden rennen dus. Beneden aangekomen, blijkt ik echt ver van de geplande route te zijn afgeweken. Omdat ik het anders niet weet ren ik maar weer terug naar boven. Goede training, twee keer naar het hoogste punt. Ik kijk nu wat beter en denk nu dat de koerspijl rechtdoor wijst. Maar helemaal vertrouwen doe ik het niet. Even rennen, kijken en ja hoor, weer verkeerd! Terug omhoog dan maar weer. Nu heb ik de goede afslag die ik ook van een eerdere sessie herken. Hmm, dat stuk elektronica is minder secuur dan ik zou willen.
Ik ben nog maar op een kwart en nog vol goede moed. Vanaf 'het wiel' gaat het in een mooie rechte lijn een lange kilometer lang naar beneden. Even geen apparaat en genieten van de afdaling. De volgende paar afslagen gaan goed. Ik neem iets meer tijd om de juiste richting te zoeken en dat loont. Dan kom ik in wat wazig gebied met rondlopende paden die vreemd op elkaar aansluiten. Daar valt niet op te navigeren. Niet dat dit erg is; ik wijk iets van de geplande route af, maar kom uiteindelijk toch weer terug waar ik wil. Wel begin ik een beetje moe te worden van telkens dat apparaat raadplegen, al dan niet rennend. Het haalt me iedere keer uit mijn concentratie en kadans en ik heb het gevoel dat ik er lomp van ga lopen.
De volgende 3 km volgt smalle en overgroeide paden. Af en toe lijken het meer hertensporen, maar daar zijn ze eigenlijk weer net iets te breed voor. Op de gps is het lastig, maar gelukkig heb ik ook nog een ingebouwd richtingsgevoel dat hier wel blijkt te kloppen. Dan volgen weer een paar bekende kilometers. Ik word nu wel erg moe. Ik denk dat ik op 2/3 ben en wil nog niet kijken hoeveel ik heb gelopen. Pas bij de mogelijke afsteker zal ik de stand raadplegen.
Voorgaande keren kwam ik in een zandbak terecht en de route die ik heb uitgestippeld mijdt dat stuk zandverstuiving. Tot mijn grote frustratie kom ik een paar honderd meter verder door weer een verkeerde richting alsnog in een restje van dit zandfestijn. Gelukkig maar 25 meter, maar ja welk pad vanuit hier te kiezen? Ik doe maar wat en beland in het struweel. Vloekend en tierend beweeg ik me als natuurvandaal enkele meters naar weer een begaanbaar pad.
Het afsteekmoment dient zich aan. Ik raadpleeg de kilometerstand; bijna 16 al zeggen mijn kuiten iets anders. Ook zit er iets schrijnends bij mijn grote teen en loop ik langzaam maar zeker alsof ik piposchoenen aan heb. Ik besluit de volle ronde af te maken. Als ik nu afsteek kom ik niet boven de 20 en ik heb niet veel, maar nog wel wat over. Weer bekend terrein dus kan de gps op zijn plek blijven. Ik flapflap moeizaam verder, steek nog een stukje af en begin langzaam te wanhopen. Is 20 km. dan toch te ver? Of had ik mijn nieuwe schoenen thuis moeten laten? In elk geval kost het raadplegen van de gps veel energie. Maar zoveel dat ik er nu bijna doorheen zit?
Ik passeer een bekend punt en weet dat het eindpunt in de buurt komt. En dan geef ik op. Ruim 20 km zegt de gps. Ik ga wandelen. Na een paar honderd meter begin ik toch weer te rennen. Hard, want dan ben ik er sneller. Ik hou het nog een kleine kilometer vol. En dan is het nog 200 meter. In de auto wacht een banaan, een boterham met pindakaas en een snelle Jelle. Die prop ik met veel genoegen naar binnen en ik kom weer een beetje bij. Het water voor onderweg is op en ik ben mijn liter voor in de auto vergeten. Tijdens de afkoeling kom ik wel weer op krachten. Ik neem me voor om volgende keer zonder gps op mijn oude schoenen hetzelfde rondje nog eens te doen.